Keuring van elektriciteit in de gemene delen van een appartement - 5 of 25 jaar?

Keuring elektriciteit gemene delen appartement om de 25 jaarDe wet schrijft voor dat residentiële elektrische installaties (volgens het AREI) om de 25 jaar opnieuw gekeurd moeten worden. Dit geldt dus ook voor de installatie binnen uw private appartement of uw huis. Voor gebouwen waar mensen tewerkgesteld zijn, zegt het ARAB dan weer dat de elektriciteit om de 5 jaar opnieuw gekeurd moet worden. Gezien er in een VME geregeld mensen aan het werk zijn, zorgde dit voor verwarring en steeds terugkerende vragen in het forum, of de gemeenschappelijke delen van een appartement dan ook om de 5 jaar gekeurd moeten worden.  We hebben de vraag dan maar gesteld bij de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal overleg.

AREI = Algemeen Reglement Elektrische Installaties
ARAB = Algemeen Reglement Arbeids Bescherming

Algemene informatie vindt u op deze pagina van de overheid. Verder hebben we hen nog volgende concrete vragen gesteld over de keuring van elektriciteit in een VME in geval van externe werknemers die er aan het werk kunnen zijn:

  • Een externe syndicus, die zelfstandig is, of zijn personeel. Deze zal slechts occasioneel in het gebouw aanwezig zijn.
  • De kuisploeg. Deze zal in de meeste gevallen bestaan uit personeel van een extern bedrijf waarmee de VME een contract afgesloten heeft. In sommige gemeenten kunnen het eventueel PWA werkers zijn, misschien bestaan er ook nog andere scenario’s.
  • Occasioneel een aannemer of klusjesman die in opdracht van de VME een werk komt uitvoeren.
  • Personeel van een vrij beroep wat in een van de appartementen gevestigd is. Dezen werken niet in de gemeenschappelijke delen, maar moeten er wel door op weg naar hun kantoor – en er in de toekomst misschien ook hun wagen of fiets opladen.
  • Eventueel de conciërge van het gebouw.


Concreet vroegen we te bevestigen of er in één of meerdere van deze situaties een 5-jaarlijkse keuring van de elektriciteit nodig zou zijn. De conclusie is dat, ook in de gemeenschappelijke delen van een VME, een keuring om de 25 jaar moet gebeuren. Er zijn echter enkele nuanceringen.

Hieronder vindt u het antwoord van de FoD, met hun toestemming gepubliceerd:


Als antwoord op uw e-mailbericht betreffende de keuring van elektrische installaties in appartementsgebouwen, kan ik u het volgende meedelen.

De wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk (hierna de "welzijnswet" genoemd), is de basiswet op het viak van de veiligheid en de gezondheid op het werk. Deze wet schept namelijk een kader op basis waarvan uitvoeringsbesluiten worden genomen. Het merendeel van deze uitvoeringsbesluiten werd gecodificeerd in de codex over het welzijn op het werk (hierna
"codex" genoemd).

In het geval van een werkgever-werknemer situatie, is het steeds de werkgever die verantwoordelijk is voor het welzijn van zijn werknemers. In boek III, titel 2 van de codex worden specifieke wettelijke bepalingen opgelegd betreffende de elektrische installaties op arbeidsplaatsen.

Het algemeen reglement op de elektrische installaties (= AREI) bevat voorschriften die gelden voor alle elektrische installaties, niet enkel in het geval van een werkgever-werknemer situatie, waaronder ook specifiek voor huishoudelijke elektrische installaties.
In het AREI wordt een huishoudelijke elektrische installatie gedefinieerd als:

  • hetzij een elektrische installatie, samengesteld uit een of meerdere installatieeenheden:
    • die hetzij een wooneenheid, hetzij een huishoudelijke werkeenheid, hetzij de gemeenschappelijke delen van een residentiële eenheid voeden,
    • en die aan een en dezelfde natuurlijke persoon of rechtspersoon of aan een geheel van mede-eigenaars toebehoren;
  • hetzij een productiemiddel van elektrische energie en de elektrische installatie die een wooneenheid of huishoudelijke werkeenheid of nog de gemeenschappelijke delen van een residentieel geheel bedienen.
     

De elektrische installatie in een appartementsgebouw voldoet aan de hierboven vermelde definitie en is bijgevolg een "huishoudelijke elektrische installatie" in de zin van het AREI.

In uw schrijven, haalt u 5 concrete gevallen aan die kunnen voorkomen in
appartementsgebouwen, dewelke hieronder één voor één aan bod komen:

1) Syndicus

Het contract tussen de vereniging van mede-eigenaars (VME) en de syndicus betreft een commercieel contract en dus niet een arbeidscontract in de zin van de eerder vernoemde welzijnswet. De welzijnswet en de hieraan gekoppelde codex zijn in dit geval dus niet van toepassing. In dit geval gelden de voorschriften in het AREI die van toepassing zijn op een huishoudelijke elektrische installatie. Concreet, aangaande de controles van de elektrische installatie, is het verplicht om door een erkend organisme de volgende onderzoeken te laten uitvoeren op de elektrische installatie: een gelijkvormigheidsonderzoek voor indienststelling (conform artikel 270 van het AREI) en een controlebezoek om de 25 jaar (conform artikel 271 van het AREI).

2) Kuisploeg

In de beide door u aangehaalde scenario's (externe kuisfirma / PWA) is er sprake van een commercieel contract met de VME en gelden betreffende de controle van de elektrische installaties de bepalingen zoals aangegeven in geval 1).

3) Aannemer

Ook hier is er sprake van een commercieel contract met de VME en gelden betreffende de controle van de elektrische installaties de bepalingen zoals aangegeven in geval 1).

4) Vrije beroepen

Van zodra de uitoefenaar van een vrij beroep personeel in dienst neemt dat wordt tewerkgesteld door middel van een arbeidscontract, wordt hij een werkgever en zijn de welzijnswet en de codex van toepassing. Specifiek betreffende de controle van de elektrische installatie zijn de artikelen III.2-11 tot en met III.2-16 van de codex van toepassing. Aangaande de frequentie van de controle van de elektrische installaties bepaalt de codex dat deze dient te gebeuren zoals bepaald in het AREI, waar in artikel 271 wordt gespecifieerd dat voor huishoudelijke elektrische installaties een controle vereist is om de 25 jaar. Zoals hoger aangehaald, valt de elektrische installatie in een appartementsgebouw onder de definitie van een huishoudelijke elektrische installatie in de zin van het AREI en gelden betreffende de controle van de elektrische installaties bijgevolg dezelfde bepalingen zoals aangegeven in geval 1).

5) Conciërge

Van zodra de VME een conciërge in dienst neemt die wordt tewerkgesteld door middel van een arbeidscontract, wordt de VME een werkgever en zijn de welzijnswet en de codex van toepassing. Specifiek betreffende de controle van de elektrische installaties gelden de bepalingen zoals aangegeven het voorgaande geval (geval 4). In dit geval is de VME, als zijnde werkgever, verantwoordelijk voor het uitvoeren van een risicoanalyse waaronder ook op de elektrische installatie en desgevallend het bepalen van specifieke preventiemaatregelen ter bescherming van zijn werknemer.

Conclusie: in alle hierboven aangehaalde gevallen, is het verplicht om een erkend organisme de volgende onderzoeken te laten uitvoeren op de elektrische installaties in een appartementsgebouw: een gelijkvormigheidsonderzoek voor indienststelling (conform artikel 270 van het AREI) en een controlebezoek om de 25 jaar (conform artikel 271 van het AREI).

Nota: In alle gevallen dat, in opdracht van het VME, een werkgever zijn werknemers
tewerkstelt in het appartementsgebouw (bijvoorbeeld in de gevallen 2 en 3), dient het
VME zijn medewerking te verlenen teneinde de werkgever toe te laten om eventuele
maatregelen te bepalen om het welzijn van zijn werknemers te verzekeren.


Gratis abonneren
Opmerking: dit artikel kan bijgewerkt worden aan de hand van nieuwe bevindingen. Als u het in de toekomst opnieuw wil lezen, bekijk dan de meest recente on-line versie. (Gebruiksvoorwaarden)

© 2010-2018 Quimmo.be